actueel 2007

startpagina
omhoog

 

 

Hier staan maandelijkse gebeurtenissen uit 2007

 

December: dierentaal November: konijnenliefde Oktober: kinderboekenweek September: een zurige rups
Augustus: mereldrama Juli: rups met obstipatie Juni: roofdieren in de tuin Mei: marter op bezoek
April: kale roze ratjes Maart: vrijen in Wognum Februari: groente met oren Januari: kip legt gek ei

 

 

 
bulletVrijdag 28 december 2007 Dieren kunnen met elkaar praten. Ze draaien er niet omheen. Geen gezwam en geneuzel maar duidelijke taal. Soortgenoten weten precies wat bedoeld wordt. Ze maken geluiden en gebaren om elkaar iets te vertellen. Ze gebruiken kleuren of een lekker stinkend geurtje. Daarmee zeggen ze: ik ben de baas. Of: ik ga je aanvallen. Of: ik wil vrijen. Of: pas op, er is gevaar! Zonder dierentaal kunnen dieren niet leven. Pasgeleden is hierover een boekje van mij verschenen: Taal van dieren. Over de taal van wolven en kikkers, slangen en vossen, inktvissen, sprinkhanen, papegaaien, noem maar op. Het staat in de bieb zoals alle andere boekjes die ik voor Mini Informatie schrijf. Wist je dat sommige slangen met lichaamstaal hun vijanden bedonderen? Ik had er nooit van gehoord. Maar sinds ik een studie van de slang heb gemaakt en dit boekje heb geschreven weet ik het wél. Die slangen gaan voor dood op hun rug liggen. Bek wijd opengesperd, hun tong bungelt er slap uit. Soms laten ze zelfs een mooi straaltje bloed uit hun bek lopen. Of ze verspreiden een rottend lijkenluchtje. Ziet er allemaal heel echt uit. Hiermee zeggen ze: eet mij maar niet, ik ben morsdood en smaak heel smerig. Maar zodra de vijand uit het zicht is, kronkelt zo'n oplichter er weer vrolijk vandoor. Opgestaan uit de dood. Slimme slang!
 

 

 

 
bullet

Zaterdag 17 november 2007 Zuster de Wit is het kleinste konijn van mijn konijnenfamilie. Ze kreeg vaak op haar kop van de andere vrouwtjes. Die speelden de baas en joegen haar weg. Tot ze op een dag in haar neus werd gebeten. Toen heb ik haar apart gezet. Haar neus ging nog ontsteken ook en moest worden behandeld met antibiotica. Na een maand of twee was die arme Zuster de Wit weer helemaal opgeknapt. Ze had het goed naar haar zin in haar nieuwe eenpersoons villa. Ze kon lekker graven en door het gaas haar soortgenoten zien en ruiken. Maar bijten konden ze gelukkig niet meer. Het leek beter Zuster de Wit niet terug te zetten bij haar familie. Maar ja... alleen is maar alleen. Er moest een vriendje bij. Konijnen zijn tenslotte sociale dieren. Dus besloot ik  een van de drie (gecastreerde) mannetjes bij haar in de ren te droppen. Vlekkie leek een geschikte date. Maar zou Zuster de Wit zijn bezoek op prijs stellen? 'k Was bang van niet. Konijnen zijn niet zo soepeltjes in de communicatie. En inderdaad, toen Vlekkie op visite kwam, was het meteen oorlog. De plukken vlogen in het rond. Dus moest ik een andere taktiek van stal halen: de langzaamaan-methode. Luchtjes zijn heel belangrijk bij konijnen. Met hun keutels en pies en de geurklier onder hun kin geven ze hun territorium een eigen geur. Dat had Zuster de Wit ook gedaan in haar ren. Verboden voor vreemde snuiters! Als al die luchtjes weg zijn, raken konijnen de kluts kwijt. Waar is hun vertrouwde wereldje? Zonder al die luchtjes zijn ze gedesoriënteerd. Ze raken in de stress. Een konijn is niet voor niets zo mak als een lammetje als je het op de onderzoekstafel bij de dierenarts zet. Overal vreemde geuren. Wil je konijnen koppelen (zo heet dat als je van twee volwassen konijnen een paartje wil maken) dan moet je eerst al hun luchtjes verwijderen. Dus heb ik de plastic reismand gehaald waarmee ik m'n konijnen gewoonlijk naar de dierenarts breng. Schoon hooi, water en voer en hup Zuster de Wit en Vlekkie erin. Huh, waar zijn we nu beland? Waar zijn onze vertrouwde luchtjes? Bangig kropen ze tegen elkaar aan. En dat was precies de bedoeling. Zo konden ze wennen aan elkaar en aan elkaars geur. Ze hebben één dag en één nacht in die kleine ruimte vertoefd. Ze konden geen kant op. Ze zaten heel stilletjes en maakten geen ruzie. Zuster de Wit liet zich zelfs een paar keer door Vlekkie likken. Die zocht toenadering. Tot zover ging het goed. Daarna heb ik voor die twee een grotere konijnenkooi ingericht. Weer met schoon hooi, maar nu ook met een beetje oud hooi uit de reismand, met hun beider luchtjes. Hoe zou het gaan? In deze kooi was ruimte genoeg om achter elkaar aan te jagen en te vechten. De eerste uren waren ze onwennig. Schrikachtig. Veel snuffelen. Vlekkie haalde opeens uit en beet venijnig in Zuster de Wit haar bil. Zuster de Wit stampte geschrokken met haar achterpoten op de grond. Daarna werd het rustig in de kooi. En het bleef rustig. De twee hielden afstand maar zaten af en toe stiekem naar elkaar te gluren. Soms schoven ze voorzichtig dichterbij. En toen: neusje-neusje! Na twee dagen pais en vree, was het moment gekomen ze naar de grote ren van Zuster de Wit te brengen. Vooraf had ik die ren schoongepoetst en de grond omgespit. Anders zou Zuster de Wit misschien weer de baas gaan spelen in haar eigen, vertrouwde omgeving. Nieuwsgierig trippelde eerst Vlekkie de ren in. Snuffeldesnuffel en overal veegde hij met zijn kin overheen. Keuteltje hier, keuteltje daar. Even later durfde ook Zuster de Wit. Ja zij herkende die ren. Ze snuffelde wat en voelde zich snel op haar gemak. Geregeld huppelde ze, nog steeds wat voorzichtig, naar haar nieuwe vriendje voor een neusje-neusje. Wat een verschil met die week ervoor, toen ze hem woedend haar hok uitjoeg. Het jonge paar zit nu geregeld knus naast elkaar. Ze eten samen uit de voerbak, graven mooie gangen (die ik soms na een tijdje weer dichtgooi) en knabbelen elkaars vacht schoon. Ja, de koppeling is prachtig gelukt. Door eventjes voor stress te zorgen en hun neuzen in de war te brengen. De liefde gaat door de neus. Lang leve de konijnenliefde!

De foto's van deze maand zijn gemaakt door professor Aap

 

 

bullet

Maandag 16 oktober 2007 Op mijn verste reis in de kinderboekenweek belandde ik in Nibbixwoud, ergens boven in Noord-Holland. De kortste reis was maar een kilometertje: naar basisschool 't Valder en basisschool Op gen hei, allebei in Landgraaf. Op 't Valder hing een rood plakkaat waarop mijn bezoek met grote letters stond aangekondigd. Met knipsels van deze website erbij. In groep 4 van Op gen hei gaf een jongen, Rick heette hij, me een verhaal over twee kinderen die een boomhut wilden bouwen. 'Ik ben niet alleen de schrijver maar ook de illustrator', zei hij trots. 'Maar het liefst wil ik schrijver worden.' Ik kom altijd wel een kind tegen dat schrijver of schrijfster wil worden. 'Doorgaan en volhouden!' roep ik dan.

Deze foto's zijn gemaakt op 't Valder in Landgraaf door juf Truus.

In dat verre Nibbixwoud, op de St. Nicolaasschool, zag ik Juf Ivonne. Wat bleek? Wij hadden vroeger (1963) op dezelfde MMS gezeten (= de Middelbare Meisjes School die allang niet meer bestaat). We zaten zelfs een paar jaar in dezelfde klas. Dat was in Amsterdam-West. Wij herinneringen ophalen natuurlijk. Over die dikke mevrouw Heeringa van Geschiedenis die ons allebei een dikke 4 op het eindexamen gaf. Over mevrouw Guiber van Engels die op een dag onthulde dat ze in haar vrije tijd op een pony rondhobbelde. Arme pony. Juffrouw Swiers, zij probeerde ons Frans bij te brengen. Een strenge zuurpruim die waarschijnlijk altijd ongetrouwd is gebleven. Logisch. En dan die jonge verlegen biologiedocent Groeneveld die op een keer een voorlichtingsfilm draaide over een (bloederige) bevalling. Dat hoorde op een meisjesschool: alle meisjes voorbereiden op hun toekomst, moeder worden. Sommige meiden stelden zich aan, om Groeneveld te plagen. Ze vielen zogenaamd flauw of renden met kotsgeluiden de klas uit. Die arme jongen rende er verward achteraan. In Nibbixwoud zette de directeur Yvonne en mij op de foto. Als twee (inmiddels verkreukelde) schoolmeisjes van die allang verdwenen MMS stonden we weer te giebelen. 

 Deze foto's zijn gemaakt op de St. Nicolaasschool in Nibbixwoud door dir. Cees Elst.

 

 

 

bullet

Zondag 16 september 2007 Je schijnt hem vaak te zien. Hij kruipt overal. In heel het land. Maar ík had dat grote, glanzende beest van bijna 10 cm nog nooit gezien. Hij stiefelde over het wandelpad langs de Geul in Zuid-Limburg. Even later kroop hij nieuwsgierig over mijn arm. Ik heb hem weer voorzichtig in de berm gezet. In mijn vlindergids stond-ie niet, dus ik dacht: dit is een ontdekking, een heel bijzonder en uniek exemplaar, ik word beroemd! Maar toen ik de foto op de redactievergadering van het Limburgs Landschap omhoog hield, riepen ze allemaal tegelijk: de wilgenhoutrups! Iedereen kende deze rups van de wilgenhoutvlinder. Een nachtvlinder. Logisch dat-ie niet in mijn dagvlindergids stond. De wilgenhoutrups groeit op in de stam van loofbomen. Vooral in wilgen en populieren en vrij laag bij de grond. Daar zitten z'n boorgaten van 1-2 cm doorsnee. Met zijn sterke kaken boort hij gangen in de stam. Hij eet lekker van het hout. Na een paar jaar is de rups een lange, mollige knoeperd. Een megarups. Als je hem ergens ziet wandelen, is hij de boomstam uitgekropen om zich in de grond te verpoppen. Hij verandert in een vlinderpop, een cocon waarin de rups een vlinder wordt. De vlinder die na een tijdje te voorschijn komt, is 3-4 cm, schorskleurig, grijsbruin. Lang niet zo spectaculair in vergelijking met de rups! De volgende keer als ik weer langs de Geul wandel, zal ik moeten ruiken en snuffelen. Overal staat dat de wilgenhoutrups een azijnluchtje verspreidt en dat je die zurige walm soms van ver kunt ruiken. En misschien moet ik een beetje oppassen. Uit verontwaardiging dat je hem zomaar oppakt, kan hij z'n reuzenkaken in je vel zetten (zeggen ze).

De foto van deze maand is gemaakt door professor Aap

 

 

 
bullet

Vrijdag 24 augustus 2007  Dit jaar stikt de tuin van de jonge vogels. Dat komt misschien doordat we alle snoeitakken de afgelopen jaren als een heg rondom de tuin hebben gestapeld. Daar verschenen allemaal mooie vogelnestjes. Jammergenoeg halen maar weinig jonkies de volgende lente. Soms komen ze zelfs niet verder dan hun eigen nest! We ontdekten een merelnest met vier eitjes. Uit alle vier de eitjes kwam een aandoenlijk vogeltje (foto 1). Kaal en roze met een slap nekkie en punkerige donsveertjes. Na een paar dagen weer even gegluurd. Toen waren er nog maar dríe vogeltjes (foto 2). Nummer vier was in geen velden of wegen te bekennen. Opgelost in het niets.

Weer wat later... huh? Nog maar twee vogeltjes in het nest. En de dag daarna was er nog maar één! Het zat eenzaam en alleen om zich heen te koekeloeren (foto 3). Hoe zou het met hem/haar aflopen? Op de vierde foto zie je het antwoord: een leeg nest. Ook dat laatste vogeltje verdween spoorloos. Het lijkt het verhaal van de 10 negertjes: elke keer eentje minder. En Ma Merel? Samen met Pa vloog ze af en aan met voedsel. We vonden haar vlak bij het nest op de grond. Ze zag er niet best uit. Haar kop was weg. Afgebeten. Een poes, een marter, een hermelijn, een vos? Ze sluipen hier allemaal rond. De dader liet geen visitekaartje achter. Alleen haar kop was als souvenir meegenomen. En zo eindigt het tragische verhaal van onze merelfamilie die zich zo mooi had genesteld tussen de snoeitakken van de heg.

De foto's van deze maand zijn gemaakt door professor Aap

 

 

 

bullet

Maandag 30 juli 2007 Er lag een dikke, harige rups op de mat bij de keukendeur. Meteen m'n loeppotje van stal gehaald. De rups bewoog nauwelijks. Niet best. Was hij misschien halfdood? En wat voor rups was het eigenlijk? Met een vlindergids kwam ik bij het 'groot koolwitje' terecht. Prachtig beestje. Maar niet voor in de moestuin. Binnen de kortste keren vreet hij samen met z'n broertjes en zusjes je mooie kool op. Ik bekeek z'n ogen, z'n harige haren, z'n pootjes en zag duidelijk z'n luchtgaatjes. Uit z'n achterste stak een onbekend sprietje. Misschien een dikke haar? Nog steeds zat er weinig beweging in de rups. Ik liet het beestje even rusten in het potje want prof. Aap moest hem nog zien en op de foto zetten. Toen ik terugkwam... Hè? Mijn rups was opeens superactief. Hij zigzagde door het potje en duwde zijn kop tegen de plastic wand. Hij leek weer helemaal terug in het Rijk der Levende Rupsen. Wat ik ook zag? Er lag iets in het potje wat er eerst niet lag. Een raar flubbertje en daar stak een sprietje uit. Hetzelfde sprietje dat eerst bij z'n achterste zat. Ik heb nog nooit een koolwitjesrups zien poepen. Maar ik denk dat dit zijn versgebakken drolletje was. Een drolletje dat begint met een voorzichtig sprietje. En moet je de foto zien... niet zo'n klein drolletje ook! Die reuzenkeutel had hem lelijk dwars gezeten. Een rups met obstipatie! Misschien dat hij er daarom eerst zo verstijfd bij lag en pas later levenslustig verder wandelde. Opgelucht dat hij van een grote zorg (met spriet) was verlost.

De foto's van deze maand zijn gemaakt door professor Aap

 

 

 
bullet Dinsdag 26 juni 2007 Mijn tuin wordt steeds meer een wildpark. Wandel ik op een ochtend naar de kippenren om het luikje open te zetten, sta ik tot mijn verbazing oog in oog met een levensgrote vos! Een prachtig beest met een dikke vossenstaart. Hij liep zenuwachtig heen en weer over het dak van gaas dat over de kippenren is gespannen. Watertandend volgde hij van bovenaf mijn kippen. Ze fladderden in paniek alle kanten op. Hoe kom ik bij die lekkere kippenboutjes? zal Reintje de Vos  hebben gedacht. Is hier niet ergens een opening in het gaas? Wat een imposant dier. Een spitse hondensnuit, felle ogen en een roodbruine vacht. Jammergenoeg bleef hij niet wachten tot ik mijn fototoestel had gehaald. Toen hij me in de gaten had, sprong hij van de kippenren en verdween tussen de bomen. Weg was-ie. Maar niet voor goed. 's Nachts is hij teruggekomen en nam twee lieve konijntjes mee, Meneertje Bakkebaard en Zuster de Wit. Snik.
Een dag of wat lat
er een andere rover. Dwars door de takken van de krentenboom, vlak bij de keuken, kwam een sperwer aangevlogen. Ik heb haar vaker door de tuin zien scheren. Een maand of wat geleden vlak boven mijn hoofd met een piepend vogeltje tussen haar klauwen geklemd. Dit keer ging ze er netjes voor
                                                                      (foto DM)
zitten. Rustig op een dikke tak, net naast het vogelhuisje. Daaronder bungelen de vetbollen. Die zijn voor de koolmeesjes. Rustig wachtte ze of zich misschien een lekker meesje zou aandienen. Laatst las ik dat sperwers hun slag slaan in tuinen waar koolmeesjes worden bijgevoerd. Nu begrijp ik het. Ik voer de koolmeesjes maar eigenlijk zit ik die slimme sperwer vet te mesten. Ze ziet er niet voor niets zo goed doorvoed en tevreden uit.
 

 

 

 

bullet

Maandag 28 mei 2007 Op de verjaardag van prof. Aap kwam er bezoek dat wij niet snel zullen vergeten. In de huiskamer hoorden we gestommel boven ons hoofd. Iemand die kwam feliciteren? Prof. Aap rende naar boven om te kijken en om de cadeautjes in ontvangst te nemen. Niks te zien. Na een poosje hoorden we het geluid weer. Het kwam niet van de bovenverdieping maar van de overkapping die rond het huis loopt. Die overkapping is meters lang en ongeveer een halve meter hoog. Zou er misschien een vogel in zitten? We luisterden goed. Nee, het was geen vogelgetrippel. Het was duidelijk gestommel en heen en weer rennen. We keken naar buiten. Toen zagen we kapotte eierschalen liggen. Waar komen die vandaan? Zou er misschien een eiereter op bezoek zijn? Een marter? Een paar huizen verderop hebben ze een tijdje een steenmarter gehad. Die maakte een vreselijke zooi op zolder, knaagde alle elektriciteitsdraden door en hield het hele gezin uit de slaap. 'Ik ga foto's nemen!' riep Prof. Aap enthousiast. 'Dat beest wil ik zien!' Hij pakte een ladder, schroefde uit de overkapping een inbouwlampje los en duwde zijn hand met camera in de kleine opening. In het wilde weg begon hij te klikken en te flitsen. Ik verwachtte dat de foto's leeg en donker zouden zijn. Maar toen ze op de pc verschenen, zagen we tot onze verrassing twee oogjes. Die priemden verbaasd in de lens.  Wij weer naar buiten. Precies boven de plek met de eierschalen zat een smalle spleet tussen muur en overkapping. Daar zou de steenmarter (die door gaatjes van 5 cm kruipt) doorheen kunnen. We propten er een paar oude lappen in. Eens kijken of de marter die eruit zou duwen of naar binnen zou trekken. Opeens hoorden we een enorm geritsel en gerommel boven ons hoofd. En op nog geen meter afstand zagen we de marter tussen de lappen. Ze wrong zich op haar zij naar buiten, in paniek. We stonden aan de grond genageld. Want die marter sleepte in haar bek ook nog een jonkie mee!  Toen ze zich uit die spleet had gewurmd, belandde ze met een grote sprong op de grond en rende ze de struiken in. Haar jong hield zich doodstil in haar bek. Het ging allemaal in een flits. Prachtig (en ontroerend) om te zien. Een moeder die uit alle macht met haar jong probeert te ontsnappen. Onze marter is 's nachts nog een keer teruggekomen. De lappen lagen de volgende ochtend tussen de struiken. Misschien om een ander jong op te halen. Ze heeft prof Aap niet meer gefeliciteerd. Waarschijnlijk was het haar te onrustig in die overkapping. Een hand met een camera die ineens uit de bodem van de overkapping opduikt. Al dat geflits om haar heen. De spleet hebben we met gaas dichtgemaakt. Sindsdien is het gestommel voorbij. Misschien is ze weer teruggegaan naar de buren. Ik zal eens informeren.

De foto's van deze maand zijn gemaakt door professor Aap

 

 

 
bullet Vrijdag 27 april 2007 Eergisteren had ik het voorraadje hooi voor de konijnen bijgevuld. Gewoonlijk doen ze daar een week mee, maar vandaag was alles al op. Veel te snel. Vreemd. En hé, die stoeptegel waar ik bovenop stond, wiebelde en kantelde. Ik pakte een handschoen en tilde de tegel voorzichtig op. Er liep een gang onderdoor met daarin een mooi ovaal bolletje hooi. Hier was iemand aan het werk geweest. Misschien de familie Rat. Want de laatste tijd zie ik geregeld een of twee ratten rondscharrelen die brutaal de wortels van de konijnen jatten. Toen ik het hooi een beetje opzij schoof, lagen daar drie roze, kale, pasgeboren ratjes. Onder die tegel zat dus een rattennest, vlak bij het hooi en bij de worteltjes. Slim plekje, maar die wiebelende tegel had hun verraden. Een van de kippen kwam snel aangerend en keek nieuwsgierig en hongerig naar het nest. Wat zijn dat voor rare, dikke rupsen, zal ze gedacht hebben. Hoe het met de ratjes is afgelopen? Daar mag je naar raden...

De foto's van deze maand zijn gemaakt door professor Aap

 

 

 

bulletVrijdag 16 maart 2007 Weet jij waar Wognum ligt? Ik wist het eerst niet maar nu  wel. Want vandaag was ik er op bezoek. Wognum is een dorp vlak bij Hoorn. En Hoorn is dat mooie oude plaatsje aan het IJsselmeer, zo'n 30 km boven Amsterdam. Kinderen van de St. Hieronymusschool kwamen naar de Wognumse bibiotheek. Ze waren goed voorbereid. Ze hadden mijn boeken gelezen, mooie werkstukken gemaakt en vragen bedacht. De juf in de ene klas had uit het Boerenbeestenboek voorgelezen. 'Iedereen vond het prachtig,' zei ze, 'vooral als het over VRIJEN ging.' De kinderen knikten een beetje. In de andere klas vroeg een jongen: 'waarom gebruikt u van die rare woorden?' 'Rare woorden?' Welke woorden vind jij dan raar?' Ik dacht: hij zal het wel over 'Lekker vies'  gaan hebben, over al die knetters en kots en zweetkakkies en bullebakken. De jongen keek verlegen om zich heen. 'Nou eh eh eh... VRIJEN, dát vind ik een raar woord!' Ik was verbaasd. Voor de tweede keer die ochtend klonk het woord VRIJEN. Wat moest ik daar nou op zeggen? Maar een andere jongen gaf al antwoord. Die wist ook een woord voor VRIJEN. Maar daar durfde hij alleen de eerste en laatste letter van te noemen. Dat was een 'n' en een 'n', zei hij en hield verder zijn lippen stijf op elkaar. Brave kinderen daar in Wognum.

De foto van deze maand is gemaakt door Mariska Bremen, WEBbibliotheken De Goorn

 

 

bullet

Zaterdag 24 februari 2007 Vandaag deed ik weer boodschappen bij mijn Turkse groentenman. Het leuke is dat je daar met groenten en fruit kunt lachen. In welke winkel kan dat tegenwoordig nog? Bij C1000 of Appie Heijn liggen alleen maar brave, nette spullen. Heel saai. Maar in een Turkse groentenwinkel kom je de grappigste misbaksels tegen. Wortels met vier uiteinden. Tomaten met bulten. Komkommers zo krom dat ze helemaal in de rondte zijn gegroeid. Paprika's met uitgroeisels, net ogen, oren en een rooie neus. Ook liggen er geregeld siamese tweelingen zoals de aubergine op de foto. Zo'n Turkse snor staat best goed, vind ik.  

De foto van deze maand is gemaakt door professor Aap

 

 

bullet

Zondag 21 januari 2007 's Zondags eet ik altijd een vers eitje van mijn scharrelkip. Dit keer had ze een speciaal ei gelegd. Ik tikte de schaal kapot en zette mijn lepeltje erin. Mmmm, lekker. Bij de tweede hap
- hè? wat krijgen we nou? -  stootte ik op iets hards. Voorzichtig wroette ik met het lepeltje in het eigeel. Verbaasd maar ook een beetje griezelend lepelde ik er een klein gelig balletje uit. Opeens had ik niet meer zo'n trek. Wat was dat voor iets raars? Ik sneed het balletje met een mesje open. Van binnen was het wit met middenin een geel rondje. Soms zitten er wel eens twee dooiers in een ei. Maar dit was anders. Eigenlijk leek het balletje op een piepklein eitje. Compleet met eiwit, eigeel en een harde schil. Net of de kip een eitje in een ei had gelegd. Een ei in een ei? Ik zou niet weten hoe dat kan en hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen. Knap werk. Maar de volgende keer mag ze van mij weer een normaal ei leggen. Kan ik op zondag weer rustig van m'n eitje kan genieten. 

De foto van deze maand is gemaakt door professor Aap

startpagina omhoog

Copyright © 2004 Ditte Merle
Last modified: juni 14, 2016